Vertegenwoordiging door volmacht 27-03-2017

Vertegenwoordiging door volmacht

Wanneer iemand in naam van iemand anders afspraken maakt is er sprake van vertegenwoordiging. Als een partij niet namens zichzelf maar namens een ander zaken doet dan wordt niet partij juridisch niet gebonden maar degene die door die partij wordt vertegenwoordigd wel. De wet kent verschillende vormen van vertegenwoordiging.

In deze blog wordt met name de volmacht als vorm van vertegenwoordiging belicht.

Inleiding                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Als partijen niet zelf maar via een derde zaken doen is er sprake van vertegenwoordiging. Ten behoeve van een duidelijke uitleg nemen we als voorbeeld een overeenkomst die wordt aangegaan door 2 partijen waarbij één partij zich laat vertegenwoordigen. Er zijn in dit geval dan drie betrokkenen. Er is een vertegenwoordigde (contractspartij 1), een vertegenwoordiger en een derde (contractspartij 2). De vertegenwoordiger sluit een overeenkomst, namens de vertegenwoordigde met een willekeurige derde. In de meeste gevallen is het de vertegenwoordigde die aan de touwtjes trekt en de beslissingen neemt voor wat betreft de inhoud van de overeenkomst die moet worden aangegaan en wordt de vertegenwoordiger op pad gestuurd om hieraan uitvoering te geven, maar dat is niet altijd het geval. Het kan dan (al dan niet achteraf) ingewikkeld worden om vast te stellen wie zich aan de gemaakte afspraken dient te houden en, wanneer dat niet gebeurd, van wie nakoming afgedwongen kan worden. In ons Burgerlijk Wetboek  (hierna verder “BW”) zijn over het fenomeen vertegenwoordiging dan ook de nodige artikelen geschreven.  Hierna beperken wij ons tot het bespreken van de vorm van vertegenwoordiging die “volmacht” heet.

Uitleg wetsartikel volmacht

In artikel 3:60 lid 1 BW staat het volgende:

volmacht is de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten”.

Als we de betekenis van dit artikel gaan bekijken dan moeten er een aantal woorden nader worden verklaard. Laten we ook hier gemakshalve uitgaan van 2 partijen die zaken met elkaar willen doen waarbij één van de partijen zich laat vertegenwoordigen. Er zijn dan 3 betrokkenen:

- contractspartij 1:      de volmachtgever

- vertegenwoordiger:  de gevolmachtigde

- contractspartij 2:      een willekeurige derde

Een rechtshandeling is een handeling met een op een gerichte wil gebaseerd rechtsgevolg. De rechtshandeling is aldus een handeling met een beoogd rechtsgevolg. Tegenhanger van rechtshandelingen zijn feitelijke handelingen. Dat zijn handelingen met een gevolg die niet gebaseerd is op een gerichte wil. Een voorbeeld van een feitelijke handeling is de onrechtmatige daad. Feitelijke handelingen zijn niet vatbaar voor vertegenwoordiging, rechtshandelingen wel. De volmacht is voorts de bevoegdheid van de gevolmachtigde om een rechtshandeling te verrichten “in naam van” de volmachtgever. Dit brengt met zich mee dat de volmachtgever partij wordt bij de gesloten overeenkomst en niet de gevolmachtigde. De gevolmachtigde wordt slechts als middel bij het tot stand komen van de overeenkomst gebruikt.

Vormvrij                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                De wet stelt vervolgens geen regels aan de totstandkoming van de volmacht en ook niet aan de vorm waarin de volmacht dient te zijn overeengekomen. De volmacht is zogezegd vormvrij. Er bestaat voorts een algemene volmacht (de gevolmachtigde krijgt het recht om alle rechtshandelingen te verrichten namens de volmachtgever) en een bijzondere volmacht (de gevolmachtigde krijgt het recht om 'slechts' bepaalde rechtshandelingen te verrichten).

Verwarring                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           De gevolmachtigde staat dus tussen de contractspartijen in. Hij maakt afspraken die hij niet zelf moet nakomen maar door de volmachtgever moeten worden nakomen. Indien er sprake is van een volmacht bestaat er bij de derde met enige regelmaat verwarring, want wie is nu precies de contractuele wederpartij en wat kan er dus van wie verwacht, geëist en eventueel zelfs afgedwongen worden. Vaak is deze verwarring er als er een mondelinge overeenkomst is aangegaan, als het bestaan van een volmacht niet bekend is of de omvang van de volmacht niet bekend is. Voor de beantwoording op de vraag wie er als contractspartij dient te worden aangemerkt als er sprake is van vertegenwoordiging heeft de Hoge Raad in het "kribbebijter" arrest van 11 maart 1977 een aantal criteria geformuleerd, te weten:

  • wat weten partijen van elkaar;
  • wat hebben ze tegenover elkaar verklaard;
  • hoe hebben ze zich tegenover elkaar gedragen.

Derdenbescherming
Helaas zijn er situaties waarin een gevolmachtigde de grenzen van de volmacht heeft overschreden, of in het geheel zonder volmacht handelde. De vraag is dan wat de positie is van de betrokken partijen. De wet biedt in sommige gevallen bescherming aan de derde die er bij het aangaan van de overeenkomst vanuit is gegaan dát er sprake was van een (toereikende) volmacht. Dit  is het geval indien de derde gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de gedragingen van de partij met wie hij zaken deed.

Artikel 3:35 BW voorziet in een algemeen vertrouwensbeginsel.

Artikel 3:61 lid 2 BW voorziet in een specifieke bepaling over vertrouwen bij volmacht.

Dit artikel kent twee vereisten:

  1. De derde moet erop vertrouwd hebben op een toereikende volmacht van de gevolmachtigde. De derde mag er derhalve niet van op de hoogte zijn dat de gevolmachtigde geen toereikende volmacht bezat of helemaal buiten een volmacht om handelde. Bij het gerechtvaardigde vertrouwen moeten we vooral kijken naar de redelijkheid en billijkheid.
  2. De derde mocht uit een handeling, een gedraging of zelfs uit een nalaten van de volmachtgever er op vertrouwen dat er sprake was van een toereikende volmacht. Dit vereiste wordt ook wel eens het “toedoen-beginsel” genoemd.

Wanneer een handeling door een gevolmachtigde onbevoegd is aangegaan,  is de volmachtgever in beginsel niet gebonden. De volmachtgever is wel gebonden als aan de twee hierboven vermeldde criteria van art. 3:61 lid 2 BW is voldaan. Dus zelfs indien de rechtshandeling is aangegaan door de gevolmachtigde die handelde buiten de reikwijdte van de aan hem gegeven volmacht of zelfs handelde zonder volmacht. De derde wordt hier beschermd. In de rechtspraak wordt de meeste waarde gehecht aan het vertrouwensbeginsel (de eerste vereiste van artikel 3:61 lid 2 BW). De volmachtgever kan voorts een onbevoegd aangegane rechtshandeling bekrachtigen ex artikel 3:58 BW. Bekrachtiging is een rechtshandeling tussen de volmachtgever en de derde. De gevolmachtigde speelt hierbij geen rol meer!

Rechtsgevolgen van de volmachtverlening
Het belangrijkste rechtsgevolg van de volmachtverlening is natuurlijk het ontstaan van een verbintenis tussen de volmachtgever en de derde als wederpartij. Hierbij valt de gevolmachtigde er tussen uit en doet dus niet mee in de verbintenis. Als de gevolmachtigde de grenzen van zijn volmacht echter heeft overschreden, dan is dit natuurlijk een ander verhaal.  Als de gevolmachtigde de grenzen van de aan hem verstrekte volmacht heeft overschreden, of hij doet net of hij een gevolmachtigde is terwijl dat niet het geval is, dan zijn daar gevolgen aan verbonden. In dat geval wordt niet de volmachtgever maar de gevolmachtigde gebonden en dient hij dus in te staan voor de nakoming van de gemaakte afspraken met de derde. Als dat niet kan dan kan de derde van de volmacht overschrijdende gevolmachtigde/ nep gevolmachtigde een vergoeding vorderen (ex artikel 3:70 BW) van het zogeheten positief contractbelang. Hierbij moet de derde in de toestand worden gebracht als zou de rechtshandeling wel bevoegd zijn verricht.

Bent u verwikkeld in een discussie over wie er nu tot nakoming van afspraken gehouden is en van wie er nu betaling kan worden afgedwongen? Neem gerust contact op met een van onze juristen.

 

Overige artikelen